Verhuizen doe je zo!

Peter van den Boom

(Part 8) Op een ochtend werd er aangebeld op een incourant tijdstip. Ik mompelde een halfslachtige verwensing tegen niemand in het bijzonder, legde mijn verfkwast terzijde en deed open in kluskleding. Een vrouw met een bloemstuk in haar hand knikte mij vanuit de diepte bemoedigend toe. Ze was meer dan een kop kleiner dan ik en kwam me vaag bekend voor.
‘Ik wil jullie namens de andere bewoners hartelijk welkom heten in onze straat’, sprak ze me vriendelijk, maar beslist toe. Ze stak het bloemstuk in mijn richting. Terwijl ik het onhandig aanpakte, de evolutie heeft hier en daar steken laten vallen, zeker waar het mannen en bloemstukjes betreft, zocht ik naar de juiste woorden. Nu wist ik opeens wie ze was. De overkant van de straat, nummer 39. Moest ik haar alleen bedanken of misschien ook binnen noden? Dat laatste kwam mij niet goed uit nu. Mijn handen zaten onder de verfspatters, en in de keuken was het een zootje.
Ik stak van wal door mijn prettig verrast zijn te verwoorden. De nieuwe overbuuv keek me aandachtig aan. Ze verwachte duidelijk iets van me. Ik verlengde mijn geïmproviseerde standupper door te zeggen dat we zulks niet gewend waren vanuit het westen, en dat dit eens te meer een reden was om onze verhuizing naar het oosten een goede keuze te vinden.
Ze knikte geestdriftig. ‘Ik kom ook uit het westen, en bij ons in de straat deden we dit ook hoor’. Ze trok er een gezicht bij dat niet paste bij haar terechtwijzing. Ik begon haar, ondanks de onhandige situatie, sympathieke eigenschappen toe te dichten.
‘Er zit een kaartje bij, van alle bewoners die hebben meegedaan, hun huisnummers, plus de namen van hun kinderen. Om er alvast een beetje in te komen.’
Ik zocht beleefd naar het kaartje dat ergens tussen de bruine sprietjes van een mij onbekende plantensoort zat geklemd. Er viel een stilte. Een auto reed zo langzaam voorbij, dat ik de bestuurder ervan verdacht het tableau vivant goed op het netvlies te willen krijgen.
‘Ik ga weer, veel succes met het klussen nog’. Ze draaide zich om en liep met snelle passen het garagepad af. Opgelucht kon ik de deur sluiten. Toch liep ik peinzend de keuken in en terwijl ik een plek zocht voor het kunstwerkje van de bloemist overdacht ik dat ik me weer niet van mijn meest uitnodigende kant had laten zien. Een lekker begin hier. Daarna lukte het me opeens niet meer om effectief met de verfkwast aan de gang te gaan. Gelukkig ging de telefoon. Ik nam op met ongewone gretigheid. Daarna vertelde ik mijn vrouw over de geste van de buurt.
‘Wat fantastisch zeg! We moeten wat terugdoen natuurlijk. Ik stel voor dat we volgende week zondag een open huis organiseren. Tegen die tijd zijn we aardig op orde.’ Ik keek ontredderd naar de chaos in de keuken. Het bloemstuk schitterde als de een welbekende vlag op de modderschuit. De situatie had weer eens een onverwachte wending genomen.
‘Doe je best om het schilderwerk vandaag af te krijgen, want ik vrees dat ik langer moet doorwerken vanmiddag.’ Ze hing op en ik keek door het raam naar buiten. Daarna nam ik een besluit. Ik ging me omkleden, want het was prachtig fietsweer.