Verhuizen doe je zo!

Peter van den Boom

(Part six) De verhuizers kwamen! Eindelijk was de grote dag daar. Ze zouden om acht uur komen en guess what, ze stonden, eerlijk is eerlijk, om klokslag acht voor de deur. Dat wil zeggen, ze hadden hun enorme vrachtwagen diagonaal achteruit onze smalle doodlopende straat ingereden, daarmee elke andere auto de doortocht bij voorbaat onmogelijk makend. Pas nadat drie opgewonden straatbewoners gedreigd hadden met de politie hadden ze het gevaarte, tergend langzaam, dat dan weer wel, zodanig gemanoeuvreerd dat er een personenauto met veel kunst en vliegwerk langs kon rijden.
Maar voor de verhuizers zelf niets dan lof. De voorman, een getapte Haagse jongen inclusief modieus matje in de nek, had al langer met het verhuizersbijltje gehakt. Voor elk vermeend probleem dat wij opwierpen had hij een oplossing. Je kon het zo gek niet bedenken of hij antwoordde steevast lachend; 'oh geen probleem meneer, regelen we toch even?'
We hadden destijds, na een zenuwslopende pitch, de juiste keuze gemaakt uit het grote aanbod verhuizers, zoveel was ons na een uurtje al duidelijk. Niet alleen was het verhuisbedrijf een lot uit de loterij, ook de keuze voor het all-in-pakket stemde zeer tevreden. Het all-in pakket hield in dat het verhuisbedrijf alles op één dag inpakte, en kasten en bedden uit elkaar haalde. Daarna werd de wagen ingeladen en op eigen terrein geparkeerd. De volgende dag reden ze naar ons nieuwe huis om het ritueel in omgekeerde volgorde te herhalen. Op onnavolgbare wijze zouden al die losse planken samen met zakjes vol schroeven en moeren weer transformeren tot waar we ze destijds voor hadden aangeschaft.
We kunnen het iedereen aanbevelen, het is het extra geld meer dan waard. Daarbij had ik er niet aan moeten denken dat ik ook al onze eigen rotzooi nog zelf had moeten inpakken in die loodzware weken die nu gelukkig achter ons lagen. Na een uur keken mijn vrouw en ik elkaar dus betekenisvol aan. We waren eigenlijk overbodig hier. De verhuizers waren druk bezig met demonteren en pakken en wij liepen alleen maar in de weg. Wat nu?
'Zullen we even afscheid van de buren nemen?'
Ik verstijfde, dat was nu ook weer niet de bedoeling. Waarom zou ik nu opeens mijn sociale gezicht moeten opzetten? Mijn vrouw had mijn aarzeling zoals gewoonlijk al voorzien.
'De buren hebben vorige week een kind gekregen, we moeten natuurlijk even gaan kijken.
Ze pakte haar jas die in een hoek op de grond lag. Ik besefte dat er geen excuus meer was maar heel even, een kat in nood maakt rare sprongen, zocht ik oogcontact met de Haagse voorman, die gebruik makend van zijn bevoorrechte positie ontspannen aan een sjekkie in de deuropening stond te lurken. Hij had onze conversatie aangehoord en knikte mij begrijpend toe. Ik smeekte 'm met m'n ogen, toe jongen zeg dat ik iets moet doen, laat me desnoods dozen sjouwen tot ik pijn in m'n rug krijg maar laat me niet….
'Geen probleem meneer, wij redden ons wel hier.'
Vergiste ik me of was er een spottende blik in z'n ogen verschenen?
Met gebogen hoofd liep ik langs hem heen en verliet zo ons huis, dat eigenlijk al ons huis niet meer was. De ziel werd namelijk stukje bij beetje in witte dozen met opdruk naar buiten gedragen.
De tien meter naar de buren waren even zovele stappen met het spreekwoordelijke lood in de schoenen. Mijn vrouw belde aan en ergens in het achterhuis begon een hond aan een onderaards gebrom dat snel aan decibels won. Misschien waren ze niet thuis en deed de hond waarvoor ie ongetwijfeld was aangeschaft, waken. Seconden voor een gesloten deur die beter dicht kan blijven kunnen heel lang duren, besefte ik nu terdege. Net toen ik me opgelucht begon om te draaien zwaaide die rottige ongeverfde voordeur alsnog open.
'Kom binnen', grijnsde de buurman boven een stoppelbaard van drie dagen en ik voelde me langzaam leeglopen.