Verhuizen doe je zo!

Peter van den Boom

(part five)

Ik zal het nu maar ruiterlijk toegeven wat voor de goede verstaander inmiddels wel duidelijk zal zijn geworden: het was een zware periode. Het voortdurende gependel tussen twee huizen die zo’n 150 kilometer uit elkaar lagen kostte veel tijd. En het psychologische effect dat een steeds leger rakend huis en een nog nauwelijks gevuld huis op me had was nauwelijks te overschatten. Op een gegeven moment voelde ik me in geen van beide stulpjes thuis.
Ik begreep opeens wat een artiest moest doorstaan, always on the road , levend uit een haastig gevulde reistas en de honger stillend met steeds gemakkelijker tussendoorhapjes, die geen deel uitmaakten van de legendarische Schijf van Vijf, die in een grijs verleden door bezorgde ambtenaren voor ons domme consumenten opgestelde voedselwijzer. Als je daar elke dag flink van at werd je honderd jaar, bleef je al die tijd rollatorloos en had je geen kind aan meneer Alzheimer. Afijn, hoorde je weinig meer van vandaag de dag, die hele schijf. Zoals wel meer overheidsinitiatieven aan hun eigen succes ten onder zijn gegaan.
M’n energievoorraad nam af, ik voelde me een ballon die steeds verder leeg liep. Elke dag was ik een uur eerder moe dan de dag ervoor. Toch moesten we door, mijn vrouw en ik. De deadline, de datum van overdracht van ons oude huis aan de nieuwe bewoners kwam onverbiddelijk dichterbij.
Normaal krijg ik een energieboost als er een deadline nadert, maar deze verlamde me steeds meer. Ik begon openlijk te twijfelen aan de juistheid van de vergaande beslissing om te verhuizen naar de andere kant van het land. Alhoewel; openlijk, ik ging ook weer niet zover dat ik mijn vrouw deelgenoot maakte van mijn twijfels. Dat kon altijd nog. Nee, ik begon terloopse opmerkingen te maken tegen vrienden die bezorgd informeerden of er nog schot in de verhuizing zat. Ze hadden me namelijk lijkbleek en met gekromde rug zien dolen door de buurtsuper alsof ik er voor het eerst binnen was. Mijn eens wilskracht uitstralende ogen stonden blijkbaar op standje dof en besluiteloos.
Ik zei dat er inderdaad sprake was van een lichte achterstand op het eertijds strak geplande verhuisschema en of ze misschien mijn vrouw hetzelfde wilde vragen omdat dat voor mij wat gevoelig lag. Ze beloofden dat plechtig, boden me fysieke hulp aan, waar ik blijkbaar niet snel genoeg op in ging, wensten me anderszins veel sterkte en verbraken snel de verbinding. Via mijn vrouw hoorde ik er nooit meer iets van.
Na een kleine maand van reizen en verbouwingen voelde ik me een zombie. Het was hoog tijd voor een time-out anders volgde er geheid een knock-out. Gelukkig kwam er een reddende actie uit onverwachte hoek. We hadden enige tijd daarvoor een uitnodiging gekregen voor een tweedaags huwelijksfeest niet eens ver van ons nieuwe huis vandaan.
We dansten de eerste avond drie plaatjes uit beleefdheid mee, vroegen toen onopvallend bij de incheckbalie om onze kamersleutel en sliepen tot de volgende middag half drie terwijl het feest, vernamen wij achteraf, tot diep in de nacht in dolle doorgang was doorgegaan.
We lieten ons de volgende middag het afscheidsbuffet goed smaken, namen hartelijk afscheid van het dolgelukkige kersverse echtpaar dat ons complimenteerde met ons vermogen om tot het einde door te feesten en keerden terug in de grauwe realiteit van half afgeverfde traptreden, ophopend grofvuil in de tuin en afgeragde, herniaveroorzakende, campingstoeltjes als enig meubilair.
Maar we hadden onze broodnodige break gehad, dat wel. We konden weer even.