Verhuizen doe je zo!

Peter van den Boom

(part four)

Eindelijk was ik zover dat ik de kar kon parkeren voor de Colorado de luxedeur. Maar mijn vrouw was alweer verder gelopen. Het duurde even voordat ik besloten had of ik achter haar aan zou gaan met of zonder die moeilijk draaiende klotekar, waarmee ik al in het voorbijrijden het onderstel van twee displays grondig had beschadigd, gelukkig zonder dat een werkstudent mij had betrapt.
Ik besloot de kar te laten staan. Ik sloeg op goed geluk een hoek om en het geluk lachte mij weer eens toe. Een koffiezetapparaat met gratis koffie, twee stoeltjes en een tafeltje, veel meer had een goed mens niet nodig. Ik besefte ergens dat mijn gedrag grensde aan obstructie, maar what the heck? Ik besloot het ervan te nemen. Op m’n gemak keek ik rond, mijn vrouw liet zich niet zien.
Ik volgde belangstellend hoe een bootwerker van een vent met kar en al de hoek omkwam en op z’n gemak blikken verf begon op te stapelen. Haha, ik dronk wel koffie.
Nadat ik het plastic bekertje in een afvalbak had gemikt checkte ik nog even met een voldaan gevoel het deurenpad. Mijn kar was verdwenen! Het duurde toen niet lang voordat ik in de gaten had dat de man die ik daarnet uitgebreid had geobserveerd zijn spullen doodgemoedereerd had opgeladen op mijn kar, waar dus mijn Euro in zat.
Vloekend ging ik erachteraan maar toen ik hem uiteindelijk in de verte in de richting van de kassa’s zag rijden hield ik in. Wat had ik voor bewijs? Het was natuurlijk zijn woord tegen het mijne….dat werd een hele confrontatie, en dat allemaal voor één schamele Euro?
Wat nu, weer naar buiten voor een nieuwe? Alsjeblieft zeg….
“Hé, waar was je al die tijd?” Mijn vrouw had een waaier aan verfstalen in haar hand.
“Uhh, een kar halen buiten, maar ze waren op.”
“Op? Zo druk is het toch niet hier?”
“Nee, dat niet maar…….”
“Ik heb nog iets anders,” en ze wenkte me mee. Steeds dieper gingen we de loods in. Het verbaasde me dat ze hier nog niet van die looproltrappen hadden, zoals op Schiphol.
“Wat vind je hier van?”
Ik keek tegen een oneindige rij wand- en slaapkamerkasten aan.
“Wat extra bergruimte kan geen kwaad. Die kast van mijn oma laten we immers uit elkaar in ons nieuwe huis.”
Ik herinnerde me dat als een overwinning. Dat ouwe kreng was heel bepalend in de woonkamer van ons oude huis, en ik had daar in gedachten al jaren geleden brandhout voor de allesbrander van gemaakt.
“Het mooiste is die in de kersenkleur, die lichte daarnaast past echt niet bij de andere meubels.”
“De prijs……..”, begon ik.
‘Nergens anders heb je zo’n kast voor die prijs”, besloot ze de discussie. “We laten alles wel thuisbezorgen, inclusief de Colorado-deur, ga jij even naar de servicebalie om dat te regelen, ik zoek nog een leuke buitenlamp voor mijn VVV-bonnen.”
De servicebalie was heel breed, erg diep en volledig onbemand. Ik vond in een hoek een minuscuul belletje, drukte erop maar hoorde niets. Ik draaide me om en keek de loods rond. Ik wenkte naar medewerkers die op afstand passeerden maar ze hadden het blijkbaar allemaal te druk. Uiteindelijk kwam er een andere klant naast me staan, boog over de balie en begon ertegen te praten. Verbaasd draaide ik me om en zag nog net het rode hoofd van een medewerker daarachter omhoog komen.

Wordt vervolgd.