Verhuizen doe je zo!

Peter van den Boom

(Part three)

Ik regelde met mijn maat dat hij het eerstvolgende weekeinde mij zou komen assisteren met het slopen van het binnenmuurtje. Met een voldaan gevoel wilde ik de telefoon teruggeven aan mijn geliefde. Die stond verderop in de woonkamer met haar rug naar me toe in gepeins verzonken. Op het moment dat ik haar dicht genaderd was draaide ze zich plotseling om en zei:
“Tijd voor de bouwmarkt, schat”.
In no-time stonden we voor de ingang van een kolossale plaatstalen loods op het plaatselijke industrieterrein dat nu funstore-centre heette, of iets dergelijks. Binnen was er een compleet andere wereld aan de gang. Nauwelijks de deur gepasseerd werd mijn rechteroor geteisterd door het gegier en gebrul van elektrische zagen die korte metten maakten met zes meter lang berkenhout. Links ontvouwde zich een caleidoscopisch gamma van vier verdiepingen hoog opgestelde verfblikken in alle denkbare groottes, voorzien van stickers in alle kleuren van de regenboog. Helaas had ik m’n zonnebril niet bij me.
Recht vooruit blikte ik in een pad dat zeker 100 meter naar achter voerde en waarop tientallen zijpaden uitkwamen. Daarboven zwiepten gigantische borden met opschriften als SANITAIR of KEUKENS. Ik voelde me steeds minder op m’n gemak.
Waar was die goeie ouwe rommelige verfwinkel op de hoek gebleven, waar de vriendelijke eigenaar in besmeurd schort nog de tijd voor je nam als je iets wilde weten over muren of schuren?
Van de hier in identieke kleding bijklussende werkstudenten wist je niet zeker of ze het verschil tussen een voor- of klauwhamer kenden, hooguit wisten ze je te vertellen hoever het lopen was naar het desbetreffende artikel.
Ik probeerde mijn vrouw bij te houden die op weg was naar….ja naar wat eigenlijk? Ik besloot om haar in te halen om het te gaan vragen. Op het moment dat ik haar had bijgehaald sloeg ze plots een hoek om. Ik keek omhoog en zag in kolossale letters DEUREN hangen. Ze stopte bij een fraai bewerkte binnendeur, met zes kleine inzetraampjes op ooghoogte. Colorado de luxe, las ik.
“Deze is in de aanbieding, alleen deze week”.
Ik herinnerde me de beschadigde keukendeur, maar ik kon me niet voor de geest halen dat ik die dermate ernstig aangetast vond dat ik de hele deur zou willen vervangen.
“Deze deur past qua design perfect bij de twee kamerdeuren”, legde ze uit zonder mij aan te kijken. Haar linkerhand streelde het gladde oppervlak. Daarna keek ze om zich heen.
“Heb je geen kar meegenomen?”
Ik haastte me terug naar de ingang. De karren bleken buiten te staan en daarom wilde ik door dezelfde deur naar buiten als ik was binnengekomen. Maar dat zat er niet in. De eerste hindernis was het tourniquet, dat maar een kant op wilde draaien en dat was niet de kant die ik op wilde. Ik besloot erover heen te springen. Daarna kwam de deur die automatisch zou moeten wijken. Maar er gebeurde niets.
“Meneer”, klonk het achter me, “als u eruit wilt moet dat via de kassa, dit is de ingang.” Een in bedrijfskleding gestoken puisterige medewerker keek me met de armen over elkaar verwijtend aan en knikte naar het grote bord boven de deur; GEEN UITGANG, stond daarop. De logica ontging me maar ik volgde slaafs de aanwijzing op.
Voor de kassa stond een rij. De doorgang was zo smal dat ik de wachtende klanten niet kon passeren zonder ze ernstig te blesseren. Er zat niets anders op dan op mijn beurt te wachten.

Wordt vervolgd