Verhuizen doe je zo! |
Peter van den Boom |
|
(part two) Mijn vrouw had mij geroepen en dus ben ik onderweg naar boven. Mijn voetstappen klinken hol op de houten vloer in de woonkamer. Ik probeer niet de zwarte plekken op de muren te zien die het gevolg zijn van te haastig verwijderde meubelstukken en een gebrek aan schoonmaakethos. De deur die de keuken van de hal scheidt is beschadigd zie ik nu, dat was de laatste keer niet zo, anders was me dat zeker opgevallen. Ik aarzel de trap op en bij elke tree daalt m’n stemming, om bovenaan zo ongeveer op de rand van een lichte depressie te zijn aanbeland. Voorzichtig ga ik onze beoogde nieuwe slaapkamer binnen. Het knalrode zeil dat daar nog ligt vormt samen met een groengeel verticaal gestreept behang en een bordeaux gekleurd overgordijn een ensemble dat zelfs een blind paard tot razernij kan brengen, maar ik haal alleen diep adem en loop kalm in de richting van mijn vrouw. Die lijkt door niets aangedaan. Ze wijst naar een tussenmuur. “Dit wandje moet eruit schat”, de toon verraad dat er geen discussie meer over zal volgen. Ik kijk bedremmeld naar de met wit rauhfaser bekleedde kamerscheiding, die zo schat ik in, inderdaad geen draagmuur is en dus eventueel, in theorie, verwijderd zou kunnen worden. Als dat noodzakelijk zou zijn natuurlijk. “Tja,” mompel ik en loop behoedzaam in de richting van de muur, alsof hij alleen al door mijn nadering zou kunnen omvallen. Deed ie dat dan ook maar denk ik opstandig, maar ik zeg niks. “Dan krijgen we een heerlijk grote slaapkamer, want dat kamertje hiernaast is niet handig, te klein. Anders stouwen we het alleen maar vol met troep.” De argumentatie komt niet vreemd op mij over, ik ben de beroerdste niet dus loop ik naar dat kleine kamertje en blijf op de drempel staan. Ik zal u verder de hier gebruikte kleurencombinaties besparen, Jan des Bouvrie is nog niet tot elk huishouden doorgedrongen begrijp ik nu, terwijl ik daar toch van overtuigd was geraakt de afgelopen jaren. Je kon geen televisiekanaal inzappen of Jan grijnsde je innig tevreden toe vanuit een zojuist tot paradijselijke living getransformeerde kamer. Maar misschien keken sommige mensen wel geen televisie. “Ik ga onze klusjesman bellen”, echoot mijn vrouw over de verdieping, “dit is echt wat voor hem.” “Zullen we het niet zelf doen” opper ik, direct al weer spijt hebbend van mijn aanbod, “het is in ieder geval goedkoper.” “Maar niet sneller”, riposteert ze zonder een spoor van ironie terwijl ze de trap naar beneden neemt om haar mobieltje te gaan halen. Ik volg snel en haal haar net in voordat ze het nummer kan intoetsen. Ik leg mijn hand op de hare. “Wacht nou even, ik ga dit wel met een vriend doen”. Mijn stem klinkt ongewoon vast in de lege kamer. Ze kijkt me uitdrukkingsloos aan. “Ok, als jij dat wilt”. “Maar dan moet je wel dit weekend beginnen, anders komen we met de verhuizers niet uit.” Ik haal nonchalant mijn schouders op, blij verrast dat ik haar zo makkelijk op andere gedachten heb gebracht, neem haar mobieltje uit de hand en toets het nummer van deze zojuist benoemde vriend in. Wordt vervolgd |
|